Zo is het eens begonnen...

 

TERRAS

Een herinnering.

Mijn collega en ik gaan van tijd tot tijd op internaatsbezoek. Wanneer we tijdens een van onze lange reizen even pauzeerden op een terras en mijn collega juist even weg was om te telefoneren, zag ik haar zitten. Ze was zeker zeventig, en prachtig om te zien! Met zorgvuldig aangebrachte make-up en haar kapsel grijswit, opgestoken met zo’n schildpadkam. Bij aankomst viel ze me meteen op. Hoe zij het terras betrad, en hoe ze met gratie plaatsnam, terwijl ze de omgeving observeerde. Ze had het vest met de lange mouwen, losjes over haar schouders hangen. Haar slanke smalle handen zochten naar een sigaret uit het pakje dat vóór haar op tafel lag. Uiterst voorzichtig trok ze met pincetvingers, een filtersigaret naar zich toe. Hierna begon het volgende onderdeel van haar avontuur, de zoektocht naar de aansteker. Haar tas werd geopend en haar handen doorzochten grondig, vak voor vak. Totdat ze een witte aansteker tevoorschijn haalde. De sigaret hing losjes tussen haar lippen. Ze trok een rood pruilmondje en bracht de aangeknipte aansteker, naar haar genotmiddel en liet de tabak opgloeien. Ze inhaleerde hoorbaar diep.
De ober verscheen in de openstaande deur naast haar en vroeg waarmee hij haar van dienst kon zijn? "Een kop koffie" zei ze, zonder hem een blik te gunnen. Terwijl beschouwde ze haar omgeving of tuurde in de verte, naar daar voorbijrijdende auto’s. Soms trok ze haar wenkbrauwen iets op en boog lichtelijk voorover alsof ze iets of iemand, leek te herkennen.
Haar koffie werd gebracht. Ze blies wat rook van zich af, nam het suikerzakje op, en bestudeerde het aandachtig, leek in gepeins verzonken. Ze keerde het om en om, en klopte met de bovenkant ervan op tafel om alle suiker naar onderen te krijgen. Ze herhaalde dit nog eens. De suiker zat allang onderin, en nog eens. Dan ritste ze het zakje in één keer open, schudde de inhoud behoedzaam over de rand van haar kopje, en legde het terzijde. Dan kwam het lepeltje, dat ze voorzichtig opnam en dan in haar kopje liet glijden. Ze roerde heel precies, zeer gracieus, en vele malen… Pas veel later, nam ze een slokje, sloeg haar ogen neer en leek intens na te genieten. Zij vulde daarmee de komende tijd totaal en bleef naar de weg voor het terras turen. Ze staarde in de richting van voor ons onzichtbare toeschouwers leek het, waarmee ze dit alles deelde.
Een kraai in haar nest dacht ik. Ze heeft me in de gaten, ze loert naar mij! Mijn collega was er weer. We moesten verder. We vertrokken. Vanonder de luifel van haar blik richtte ze zich op me.
Ze lichtte haar ogen even op, liet ze een fractie van een seconde op me rusten en wendde haar hoofd af, toen ze zag dat ik terug keek… Zij was "uit!"

 

KOFFIEPAUZE

Even koffiepauze, terwijl de collega’s naar een niet voor mij bestemde vergadering zijn. Ik zit op het tuinterras aan de grote weg waaraan het internaat ligt waar ik werkzaam ben. Het heeft net geregend en ik zie een zee van witte terrasstoelen die schuin tegen de tafels staan met hun modderpoten omhoog. Zo goed als het kan maak ik een zitting droog met mijn zakdoek, en ga zitten. Héérlijk na zo'n fikse zomerbui. De lucht klaart weer op. Weldra voel ik de zon en geniet. Het is stil, ook op de grote straatweg dit uur.

Totdat ik aan de overkant op het gras tussen de bomen een rode sportwagen zie stoppen. Met daarin een man en een vrouw. Zij stapt uit en gooit het portier dicht. Ze roept schijnbaar iets tegen de man, maar ik versta er niets van. Ze is bóós, dat wel! En loopt weg van hem en zijn auto. Hij stapt uit en pakt haar bij de kraag van haar rode lakregenjas. Ook hem zie ik drukpratend, gebaren maken. Ze is woedend zo te zien en grijpt naar haar hand, waarbij het lijkt alsof ze een ring weggooit. Ze rent verder, tot buiten mijn blikveld. De man gaat achter het stuur zitten, zijn hoofd met zijn hand ondersteunend en lijkt na te denken.

Wanneer hij een blik in zijn achteruitkijkspiegel werpt, stapt hij pardoes uit en loopt evenals zij uit mijn blikveld weg. De auto achterlatend. Ik wacht geduldig af, maar na niet lang, komen ze samen teruggelopen. Ze bukken zich in het natte gras en lijken iets te zoeken. Dat duurt wel even maar dan staan zij weer bij elkaar en praten overleggen schijnbaar, wijzen van ik, hier jij daar! Totdat de vrouw op lijkt te springen en hem iets overhandigt, dat hij meteen aan haar vinger schuift. Een heftige omhelzing volgt. Dan wordt er ingestapt. Hij slaat zijn arm om haar heen. Zij doet een sjaaltje om, en … weg zijn ze… Mijn koffie is koud geworden.

 

 

 

HOME

   

BACK

   

NEXT