Zo is het eens begonnen...

 

 

KNOOP IN JE OREN!

 

Someren, 19 september 1944

 

Weer een nieuwe dag… Voorzichtig, glip ik door de achterdeur naar buiten. In mijn schone witte schortje ga ik naar de bewaarschool. De poort door, de straat over en het paadje langs en dan over de brug.

Ik kijk wat bang tussen de spleten van de brugplanken door. Ons moeder weet dat. Het water ligt daar groot en diep onder. Naast de brug liggen in het water, de geteerde palen met hun witte mutsen. "Niet omkijken en gewoon doorlopen" had ze gezegd. Ik liep zo vlug als ik kon.

De zuster van het bewaarschooltje wacht zoals altijd de kinderen aan de poort op.

Als ze me ziet tilt ze me op, en zegt"wat ziede er weer schoon uit!" Ze wijst daarbij naar de eendjes op mijn schortje."Ben er maar zuinig op" zegt ze. Dan mogen we naar binnen en ik loop meteen naar mijn tafeltje waar de vlechtmatjes en de rijgpen al klaarliggen. We gaan vlechten. Zo dadelijk brengt ze de reepjes papier.

Maar eerst steekt ze haar bleke arm uit haar zwart- witte mouw en slaat een groot kruis.

We bidden met onze oogjes stijf dicht en knijpen onze vingertjes wit."We vragen Onze-Lieve-Heer om vrede"zegt ze. Mijn vinger priemt in de lucht "Wat is dat, vrede?"

"Vrede is zoiets als de hemel" zegt ze. "Daar schijnt de zon elke dag en daar is iedereen gelukkig"

Dat heeft ze eigenlijk al meer keren gezegd maar er komt niks en het duurt al zolang...

"Zuster, komt dat echt ooit, vrede?" "Knoop, in je oren dat het vrede wordt zegt ze".

Knoop in je oren, en dan wordt het" vrede"?Denk ik.

Thuisgekomen pak ik het theetrommeltje met oude knopen, en stop in elk van mijn oren een kleine knoop. Maar er gebeurde niets. Grotere knopen misschien? Maar die kunnen niet in mijn kleine oren. En dat durf ik ook niet.

Die avond denk ik in bed nog na over de vrede.Mijn zusje slaapt al en ik doe voorzichtig de knopen uit mijn oren. Tot morgenvroeg. Ik kijk door het kleine dakraam naar buiten en ruik de verse snijbonen die nu in een volle weckpot, verzwaard met een grote steen op de plankjes, op de zolder staan. Wij hadden allemaal meegeholpen om ze te snijden. Ons moeder was er druk mee geweest.

Als ik de volgende dag weer naar school ga, lijkt alles anders. Mijn knopen ben ik vergeten. Eenmaal op school, loeien er plots de sirenes .Precies zo als we dat hebben geleerd, moeten we onder onze tafeltjes kruipen. Op onze knietjes zitten, en onze handen tegen onze oren houden.

Heel ver in de lucht is wat geknetter te horen. Dan is het weer rustig."Nog even stil zijn en dan pas onder de tafels uit komen" zegt de zuster.

Vandaag moeten we uit school gekomen, meteen de kelder in. Ons moeder begint weer te bidden, en dat kon ze goed. Alle vliegtuigen die overkwamen vlogen dóór, écht!

Dan komt er wéér een nieuwe dag. Ik mag aan de hand van Toon, een jongen van de grote school, meelopen. Dan is de brug ook niet zo griezelig meer.

Die middag mag ik ook met hem naar huis.

Het lijkt vandaag wel feest op straat. Hier en daar steken vlaggen uit. Eenmaal thuis, is er ook al visite. Oom en tante zijn er en ook de buurman, die anders zo lelijk kijkt en nu tegen me lacht."Het is afgelopen met de oorlog"zegt hij.

"De Engelsen zijn er" zegt onze pa, die ook al vroeg thuis is."Er zijn al mensen die ze hebben gezien!"

Ik weet niet goed wat ik zeggen moet. Weet de zuster dit ook?Ze had hem bij het naar huis gaan wel toegelachen en de bruine paardendeken die tussen de twee schoollokaaltjes hing, opgeborgen.

Dan hoor ik auto’s buiten, en ga de straat op.

Ongelofelijk grote groene legerwagens en een echte tank met echte soldaten .Vrouwen en meisjes zitten overal bovenop Ze hebben grote bossen gladiolen in hun armen .Zó komen ze voorbij. Het is féést! Iedereen is op straat en lácht. Iedereen praat met iedereen. Alle mensen zijn blij vandaag. Dát is dus de vrede! Die paar knopen van gisteren hebben dat gedaan denk ik. Maar ik zég het tegen niemand!

De grote mensen zijn druk bezig. Er komen steeds meer vlaggen tevoorschijn.

Van dennentakken wordt een ereboog gemaakt en met bloemen van crêpe papier versierd.

Aan het eind van onze straat hebben mannen steigerpalen neergezet. Met een groot stuk touw en een paar katrollen hebben ze een soort glijbaan gebouwd. Daar bovenop hebben ze een schuitje gemaakt van de bak van een oude kinderwagen.

Steeds mogen er twee kinderen in gaan zitten en dan, wordt de bak door twee man omhoog getrokken .Eenmaal bovengekomen wordt die weer losgelaten. Beneden staan twee moeders klaar om ons op te vangen. Ik mag ook. Ik wil wel tien keer, maar er zijn teveel liefhebbers. Er komt nog meer rood –wit en blauw, want we krijgen zomaar onverwacht papieren vlaggetjes!

Even later komen de legerauto’s ook door onze straat. Iedereen gaat er op af. Ik verdwijn zo klein als ik ben in het gedrang, totdat er boven mijn hoofd twee grote armen uit de lucht komen die mij boven alles uit tillen.

Plotseling zit ik naast de chauffeur die me lachend aankijkt. Wat hij zegt kan ik niet verstaan. Ik krijg een groot pak chocola van hem. Hij stopt mij ook een blikje toe en zegt dan: "For daddy". Zijn baard prikt even in mijn wang. Voor ik het weet sta ik al weer op de stoep .De soldaat zwaait naar me. .Wég, zijn ze weer…

Thuis laat ik trots zien wat ik heb gekregen. Echte "PLayers" roept onze pa .Het zijn dus sigaretten, die in dat blikje zitten.

De hele straat is de rest van de dag vol met mensen. Er wordt gepraat, gelachen en zelfs gedanst omdat er iemand een harmonica voor de dag heeft gehaald.

Na het avondeten mag ik van ons moeder wat van de chocola uitdelen. Zelf mag ik een blokje extra. "En dan naar bed!"zegt ze. "Morgen is het ook nog vrede!"Voldaan gaan we naar boven.

In het grote bed denk ik nog na over wat er vandaag allemaal is gebeurd…de vlaggen, het schuitje, de soldaten de sigaretten voor onze pa, en de chocola..

Als ik mijn ogen sluit, zie ik alleen nog rood –wit- blauw .Het is eindelijk vrede...

Ik moet in slaap zijn gevallen in dat warme bed op zolder, waar het zo lekker naar goudrenetten ruikt…

 

 

HOME

   

BACK

   

NEXT